Jaar: 2021 juli
Land: Frankrijk
Aantal kilometers: 2800
Route: Leusden - Boulogne-sur-Mer – Le Vivier-sur-Mer – Plérin – Pointe du Rosalier – 'l Arcouest – Louanec – Saint Pol-de-Léon – Lilia – Trezien – Camaret-sur-Mer – Kersiny – Audierne – Raguenez – Le Pouldu – Mers-les-Bains – Leusden
| De route in Bretagne |
Omdat we allebei tweemaal gevaccineerd
zijn, durfden we het aan om een buitenlandse camperreis te gaan
maken. Dus met een QR code in onze telefoons en nog wat ander
bewijsmateriaal vertrokken we op 5 juli naar Bretagne. Het was
inmiddels alweer 11 jaar geleden dat we daar voor het laatst waren.
Toen nog op fietsvakantie.
De eerste dag reden we naar Boulogne-sur-Mer, waar we een camperplaats met zeezicht vonden.
Op dag twee bereikten we Bretagne en begonnen we aan onze eigenlijke trip. Als leidraad gebruikten we een autoroute, die we gevonden hadden op de website van France Voyage. Deze route begon in Dol de Bretagne en daarna reden we naar Le Vivier-sur-Mer naar een camperplaats. We moesten om het terrein op te kunnen een parkeerkaartje kopen, maar ook verplicht een 'Passe d'Etappe', wat we verder niet meer nodig hadden deze reis. De kust was er nog niet echt spectaculair, maar dat veranderde gaandeweg de reis.
De volgende etappe was erg mooi. Eerst reden we naar één van de mooiste Franse dorpen, Saint Suliac, waar we een korte, maar mooie rondwandeling maakten en het dorp bekeken.
Daarna volgde er een mooi traject, waar we 11 jaar geleden ook gefietst hadden, het schiereiland van Cap Fréhel.
We vonden een mooi plekje op een parking bij het Pointe du Rosalier met een mooi uitzicht op zee
en waar we de volgende dag, nadat we vroeg gewekt waren door een machine, die het gras rond de parkeerplaats kwam maaien,
een rondwandeling gingen maken.
Vervolgens reden we naar 't Arcouest, nadat we nog een stop hadden gemaakt bij de Abdijruïne van Beauport.
Er is in 'l Arcouest een camperplaats boven de grote parkeerplaats, waar de dagjesmensen, die het Île de Bréhat willen bezoeken, hun auto stallen. Maar over al dat blik heen hadden we toch een fantastisch uitzicht op de zee en de eilandjes,
met 's avonds ook nog een mooie zonsondergang.
De volgende dag namen we de boot naar het autovrije eiland om daar een wandeling te gaan maken.
Toen we weer terug waren reden we verder langs de kust via Tréguer, een stad die het bekijken waard was,
naar Louanec, waar we op een camping gingen staan.
De volgende etappe was vrij lang, 106 km, dat kwam omdat we eigenlijk wilden gaan fietsen, maar het een beetje regenachtig was. Dan kun je beter maar gaan rijden. We reden via de baai van Morlaix
naar Saint-Pol-de-Léon, waar we een camperplaats vonden met zeezicht, aanvankelijk zagen we de zee heel in de verte,
was die opeens vlak voor de camper.
De trip van France Voyage gaat na Morlaix rechtstreeks naar Brest, maar wij wilden ook nog graag naar de Noord-Westkust, dus reden we verder langs de kust.
Onderweg naar de volgende bestemming, besloten we onderweg te stoppen en een fietstocht te gaan maken. Heerlijk om weer eens wat anders te doen dan wandelen of autorijden. We kwamen aan het eind van de middag op eenPark4Night terecht, waar we helemaal alleen stonden met weer een mooi uitzicht, maar wel een beetje regenachtig.
We zizzagden verder langs de kust met zijn vele inhammen en mooie plekjes om te stoppen voor koffie en picknick,
en maakten een wandeling aan de uiterste westpunt van het vasteland van Frankrijk, bij Trezien, waar we een camperplaats vonden die we al gezien hadden tijdens de wandeling. Ook daar weer een mooie zonsondergang.
De volgende dag maakten we de langste dagtrip van 140 km. Eerst reden we nog even langs de vuurtoren van Saint Mattieu, die mooi op een ruig punt ligt naast een abdijruïne.
Vervolgens reden we om de baai van Brest heen, naar het schiereiland Crozon. Een mooi schereiland, waar we aan de uiterste punt bij Camaret-sur-Mer gingen staan op een camperplaats bij een Menhirveld en met uitzicht op het stadje.
Hier maakten we de volgende dag een mooie wandeling langs de kust, waarna we naar het volgende schiereiland reden en op een camping in Kersiny terecht kwamen. Je kunt merken dat er steeds meer Fransen vakantie krijgen. Het stond er behoorlijk vol.
De volgende dag gingen we een fietstocht maken naar de punt van het eiland, het Pointe du Raz. Helaas brak op de terugweg de fietstketting van de fiets van Rien, zodat hij op mijn E-bike naar de camping racete om Dubbus op te halen. Gelukkig waren we gestrand bij een heel mooi strand, zodat ik me wel een uurtje vermaakte.
We reden nog een klein eindje verder naar Audierne, naar een camperplaats in een mooi stadje, die voor de verandering eens aan een rivier lag.
Inmiddels waren we aan de zuidkust beland en reden via de mooie stad Quimper
naar Raguenez, naar een gratis parkeerplaats met een aantal camperplekken, waarvan we er nog eentje konden bemachtigen met een prachtig uitzicht op o.a. een eilandje, dat alleen bij eb te voet bereikbaar was.
De volgende dag reden we eerst naar Pont Aven, een mooi kunstenaarsstadje.
Daarna stopten we onderweg in de buurt van Doelan, waar we een mooie wandeling maakten, en vervolgens naar een camping met een heerlijk zwembad in Le Pouldu reden.
Dit was de laatste camping in Bretagne. Rien had gelukkig naast zijn gewone fiets ook nog een racefiets mee, waar hij maar eens een ritje mee ging maken vanaf de camping.
De reis zat er alweer bijna op en we reden in twee etappes, via Mers-les-Bains terug naar huis. We wilden daar eigenlijk ook nog een keer aan zee staan, maar de camperplaatsen en campings in het nabijgelegen Le Tréport stonden allemaal vol, zodat we nog een plekje vonden op een camperplaats op een industrieterrein.
En verder:
- Hebben we totaal 2800 km gereden
- Hebben we op 3 campings, 2 parkeerplaatsen en 7 Aire de Campingcars overnacht
- Betaalden we gemiddel 10 euro voor een overnachting











































Geen opmerkingen:
Een reactie posten